ICL versus Amsterdam

 Er is de afgelopen tijd veel te doen geweest rondom de kunstmestfabriek ICL Fertilizers, die in het Westelijk Havengebied ligt, vlak bij Amsterdam-Noord (onder andere bij wijken als Tuindorp Oostzaan en de NDSM-werf).

Het grootste deel van de problematiek draait om:

1. Overlast en Gezondheid

 * Geuroverlast: Bewoners klagen al jaren over stankoverlast van de fabriek, vaak omschreven als een nare geur, slijptollucht of verbrand rubber/plastic. Deze geur wordt waarschijnlijk veroorzaakt door mercaptanen (zwavelhoudende stoffen).

 * Gezondheidsklachten: Omwonenden ervaren klachten zoals prikkende ogen, keelklachten, chronisch hoesten en luchtwegproblemen.

 * Zoutzuuruitstoot: Er zijn extreem hoge overschrijdingen van de toegestane zoutzuur (HCl) uitstoot geconstateerd. In sommige metingen was de concentratie veel hoger dan de maximaal toegestane grens. Zoutzuur kan irritatie van ogen, keel en luchtwegen veroorzaken.

2. Handhaving en Vergunningen

 * Overschrijdingen en Dwangsommen: De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft geconstateerd dat ICL de wettelijke normen voor onder andere zoutzuuruitstoot grof overschrijdt en heeft het bedrijf daarom dwangsommen opgelegd.

 * Reactie ICL: ICL heeft bezwaar en beroep aangetekend tegen deze dwangsommen en is het niet eens met de meetmethodes.

 * Nieuwe Vergunning: De Omgevingsdienst werkt aan een nieuwe, strengere vergunning om de uitstoot (zowel geur als zoutzuur) beter te reguleren, maar de invoering hiervan duurt lang.

 * Toezicht: Er is kritiek op het feit dat ICL veel controles zelf (mag) uitvoeren. Het aantal overlastmeldingen is de afgelopen jaren flink gestegen.

3. Verhuizing en Toekomst

 * Afgeblazen Verhuizing: Er waren eerder plannen voor een verhuizing van ICL, maar deze zijn afgeblazen omdat ze te duur zouden zijn.

 * Blijft op Locatie: ICL wil nu tot in ieder geval 2040 openblijven op de huidige locatie, vlak bij groeiende woonwijken. Bewonersgroepen en politieke partijen pleiten ervoor dat de fabriek de uitstoot stopt of definitief verdwijnt.

 * Oplossingstermijn: ICL heeft aangegeven te werken aan maatregelen om de overlast te verminderen, maar dit is een langdurig proces.

Kortom, de situatie wordt gekenmerkt door jarenlange overlast voor bewoners, zorgen over de volksgezondheid en een langlopende strijd tussen de fabriek, de Omgevingsdienst, politiek en bewonersgroepen over handhaving, uitstoot en de toekomst van de fabriek op die locatie.

 Hieronder de meest recente updates en de rollen van de GGD en bewonersgroep ‘Adem Vrij aan het IJ’:

 Actuele Stand van Zaken (Laatste Nieuws)

1. Dwangsommen en Juridische Strijd

 * Dwangsommen Bevestigd: De provincie Noord-Holland (via de Gedeputeerde Staten) heeft in september 2025 besloten dat de dwangsommen van elk €125.000 (totaal oplopend tot €500.000) die de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) aan ICL oplegde vanwege de te hoge zoutzuuruitstoot, terecht zijn.

 * ICL naar de Rechter: ICL heeft aangegeven in beroep te gaan tegen deze dwangsommen. Ze betwisten onder andere de meetmethode die de OD NZKG heeft gebruikt.

 * Overschrijding Zoutzuur: Uit recent openbaar gemaakte rapporten (metingen van begin 2025) bleek dat de zoutzuur-concentratie in de schoorsteen van ICL extreem hoog was: gemiddeld 1409 mg/nm³, met uitschieters tot boven 2100 mg/nm³. De wettelijk toegestane grens is 30 mg/nm³ (en volgens huidige inzichten zou deze zelfs 3 mg/nm³ moeten zijn).

2. Afgeblazen Verhuizing

 * ICL heeft begin 2025 laten weten dat de geplande verhuizing naar een locatie verder van de stad (richting Zaandam) niet doorgaat vanwege de te hoge bouwkosten.

 * Dit betekent dat ICL nu tot eind 2040 (wanneer het erfpachtcontract afloopt) op de huidige, dicht bij woonwijken gelegen, locatie wil blijven. Dit nieuws leidde tot grote woede en frustratie bij de bewoners van Amsterdam-Noord en de gemeente Amsterdam.

 * Hierdoor worden ook de plannen voor de grootschalige woningbouw in de nieuwe stadswijk Haven-Stad (40.000 tot 70.000 woningen) vertraagd, aangezien dit gebied deels afhankelijk was van het vrijkomen van de ICL-locatie.

3. De Nieuwe Vergunning

 * De OD NZKG is bezig met het actualiseren van de vergunning van ICL om daarin strengere normen voor zowel geur als zoutzuuruitstoot op te nemen.

 * Er is kritiek vanuit de bewonersgroep dat het concept van deze nieuwe vergunning (gepresenteerd in oktober 2025) onvoldoende is om de overlast daadwerkelijk en snel op te lossen.

De Rol van de GGD Amsterdam

De GGD Amsterdam speelt een adviserende rol op het gebied van gezondheid:

 * Advies, geen Toezicht: De GGD is niet de handhaver of vergunningverlener (dat is de OD NZKG). De GGD adviseert de gemeente, provincie en Omgevingsdienst over de gezondheidsrisico’s van de uitstoot.

 * Zorgen om Gezondheid: De GGD erkent dat de uitstoot (zoutzuur, mercaptanen en andere stoffen) kan leiden tot irritatie van ogen, keel en luchtwegen.

 * Luchtmetingen: De GGD monitort de algemene luchtkwaliteit (fijn stof, \text{NO}_2) in de wijk. Voor zoutzuur (\text{HCl}) en de geurstoffen (mercaptanen) is betrouwbaar meten in de wijk op lage concentraties technisch lastig.

 * Gezondheidskundige Evaluatie: De GGD heeft in oktober 2025 een evaluatie gepubliceerd waarin ze de effecten van de berekende uitstoot (op basis van metingen) toetsen aan gezondheidskundige advieswaarden.

De Rol van Bewonersgroep ‘Adem Vrij aan het IJ’

Dit is een onafhankelijk bewonersinitiatief uit Amsterdam-Noord dat de strijd tegen de fabriek leidt:

 * Doel: Strijden voor schone en gezonde lucht in wijken zoals Tuindorp Oostzaan, de NDSM-buurt en Oostzanerwerf. Ze eisen dat de stank en luchtvervuiling stopt en dat de fabriek de uitstoot oplost of tijdelijk wordt stilgelegd totdat de problemen zijn verholpen.

 * Acties: Ze organiseren protestacties (zoals de demonstratie in maart 2025), voeren publieke debatten, en leveren scherpe reacties en juridische analyse op besluiten en rapporten van ICL en de overheid.

 * Zwartboek: Ze hebben het “Zwartboek Het stinkt hier” overhandigd aan de politiek om de persoonlijke verhalen en klachten van bewoners over de overlast en gezondheidsproblemen in kaart te brengen.

 * Invloed: Ze houden de politiek scherp (o.a. door Kamervragen aan te vragen) en zorgen dat het dossier bovenaan de agenda blijft staan, ondanks de vertragingen in het vergunningsproces en de verhuizing.

Dit laat zien dat het dossier volop in beweging is, met een juridische strijd over de dwangsommen, een teleurstelling over de afgeblazen verhuizing en aanhoudende druk van bewoners op de fabriek en de overheid.


ICL heeft een aantal verbeteringen aangekondigd en deels uitgevoerd, vooral om de zoutzuur (HCl) en geur (mercaptanen) uitstoot te verminderen.

Hieronder de belangrijkste technische maatregelen die ICL claimt te nemen, en de bijbehorende kritiek:

 ICL’s Technische Maatregelen

ICL heeft voornamelijk twee routes om de uitstoot aan te pakken: het verbeteren van bestaande installaties en het aanbrengen van nieuwe zuiveringssystemen.

1. Maatregelen tegen Zoutzuur (HCl)

De zoutzuuruitstoot wordt veroorzaakt door het kunstmestproductieproces (vooral bij de productie van superfosfaat).

• Maatregel | Beschrijving

 | Status/Kritiek |

• Druppelvanger (Bestaand)

| Een onderdeel in de fabriek dat condens en vloeibare deeltjes, waaronder zoutzuur, moet afvangen voordat het de schoorsteen verlaat.

| Kritiek: Uit metingen van de Omgevingsdienst is gebleken dat deze ernstig gebrekkig functioneert. In één meting werd een efficiëntie van slechts 1% vastgesteld. Dit onderdeel is al sinds 2015 bekend als probleemgebied, maar er is lange tijd niets wezenlijks aan gedaan. |

• Nieuwe Absorptie-unit

| Het bedrijf heeft aangegeven te werken aan een nieuwe of verbeterde absorptie-installatie (een zogenaamde ‘scrubber’) om het zoutzuur uit de rookgassen te wassen.

| Status: ICL heeft beloofd hierin te investeren om de wettelijke norm van 30 \text{mg/Nm}^3 te halen (en uiteindelijk de strengere nieuwe norm van 3 \text{mg/Nm}^3). De uitvoering en ingebruikname hiervan leidt echter tot vertragingen. |

• Puraloop | ICL heeft subsidie ontvangen om het Puraloop project te ontwikkelen. Dit is een geavanceerder zuiveringssysteem voor de gasstromen.

| Kritiek: Hoewel ICL hiermee “goede sier” maakt, zijn wetenschappers en bewonersorganisaties bezorgd dat deze maatregel op zichzelf niet voldoende zal zijn om de extreem hoge uitstoot (die soms wel 70x de huidige vergunde norm is) snel en structureel op te lossen. |

2. Maatregelen tegen Geur (Mercaptanen)

De stankoverlast wordt voornamelijk toegeschreven aan mercaptanen, zwavelhoudende verbindingen die al bij zeer lage concentraties ruikbaar zijn.

• Maatregel | Beschrijving

 | Status/Kritiek |

 • Overstap Grondstoffen | ICL is voor een deel overgestapt op het gebruik van secundaire grondstoffen.

| Status/Resultaat: Uit geuronderzoek blijkt dat tijdens het gebruik van deze secundaire grondstoffen veel minder geur wordt verspreid. Dit is een positieve ontwikkeling, maar lost het probleem van de andere processen nog niet op. |

• Aanpassing Geurbeleid | De Omgevingsdienst werkt, in samenwerking met ICL, aan het vaststellen van een aanvaardbaar geurhinderniveau in de nieuwe vergunning, inclusief zogenaamde ‘hedonische weging’ (waarbij wordt gekeken hoe onaangenaam de geur wordt ervaren).

| Kritiek: De geur is zeer complex om te reguleren en te meten, omdat de menselijke neus veel gevoeliger is dan de apparatuur. Bewonersorganisaties vrezen dat zolang de bron (de verouderde fabriek en installaties) niet wordt vervangen, de geur zal blijven terugkeren. |

Het Grote Bezwaar: Onvoldoende en Vertraging

De kern van de kritiek van omwonenden en milieuorganisaties is:

 * Gebrek aan Spoed: De problemen met de installaties (zoals de falende druppelvanger) zijn al jaren bekend, maar ICL heeft pas echt actie ondernomen nadat de Omgevingsdienst dwangsommen oplegde in 2025.

 * Wetenschappelijke Twijfel: Gerenommeerde wetenschappers, zoals emeritus hoogleraar milieuchemie en -toxicologie Jacob de Boer, hebben openlijk hun twijfels geuit over of de maatregelen die ICL presenteert (zoals Puraloop) wel voldoende zullen zijn om de uitstoot structureel onder controle te krijgen, vooral in een verouderde fabriek.

 * Vertragingsstrategie: Het feit dat ICL de dwangsommen juridisch aanvecht en in beroep gaat tegen de metingen, wordt door bewoners gezien als een bewuste vertragingsstrategie om de fabriek zo lang mogelijk open te houden zonder de benodigde investeringen snel te doen.

Kortom, hoewel ICL plannen heeft en kleine aanpassingen doet, staan de daadwerkelijke resultaten en de snelheid van de aanpak sterk ter discussie.

De politieke reacties, zowel in de Amsterdamse gemeenteraad als in de Provinciale Staten van Noord-Holland (die het bevoegd gezag is voor de vergunningen), zijn de afgelopen tijd zeer kritisch en zelfs woedend geweest.

De hoofdlijnen van de politieke reactie zijn:

1. Woede over het Tegenhouden van Maatregelen

De grootste frustratie is ICL’s keuze om juridisch in hoger beroep te gaan tegen de dwangsommen die de Omgevingsdienst oplegde voor de extreem hoge zoutzuuruitstoot.

 * Gemeenteraad Amsterdam: Raadsleden noemen het beroep een “patroon van vertraging” en “nalatigheid”. Partijen als de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de SP vinden het onacceptabel dat het bedrijf “verantwoordelijkheid probeert te ontlopen” terwijl bewoners dagelijks worden blootgesteld aan stank en schadelijke stoffen. Sommige raadsleden zijn “er gewoon klaar mee”.

 * Wethouder: Wethouder Steven van Weyenberg (VVD, Haven) erkent de grote frustratie, maar wijst erop dat het recht op beroep deel uitmaakt van het rechtssysteem. Hij benadrukt wel dat hij bij de provincie (die primair verantwoordelijk is) blijft aandringen op striktere controles en voorwaarden.

2. Twijfel over de Effectiviteit van de Plannen

De politiek deelt de zorgen van wetenschappers (zoals prof. Jacob de Boer) dat de aangekondigde maatregelen van ICL, zoals een nieuw filter, onvoldoende zijn om de uitstoot substantieel terug te dringen.

 * Kamervragen: Leden van GroenLinks-PvdA in de Tweede Kamer hebben schriftelijke vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ze vragen onder meer of de voorgestelde technische ingrepen voldoende bescherming bieden voor omwonenden en dringen aan op meer druk op ICL om de écht cruciale maatregelen, zoals de vervanging van de gaswasser, te versnellen (nu gepland voor 2027).

 * Moties in de Raad: Er zijn moties ingediend die het college van B&W verzoeken om:

   * Te onderzoeken welke aanvullende bevoegdheden of instrumenten de gemeente zelf kan inzetten om de gezondheid van bewoners te beschermen (bijvoorbeeld via het huurcontract van ICL met het Havenbedrijf).

   * Te pleiten voor de strengst mogelijke normen in de nieuwe vergunning.

3. Zorgplicht en Prioriteit

Zowel de provincie als de gemeente worden onder druk gezet om de volksgezondheid en leefomgeving zwaarder te laten wegen dan de economische belangen van ICL.

 * Provinciale Staten (PS): De PS heeft het besluit van de Omgevingsdienst om de dwangsommen op te leggen en in stand te houden gesteund. Dit is een sterk signaal dat de provincie de beweringen van de Omgevingsdienst over de overschrijdingen onderschrijft, ondanks ICL’s beroep. De PS wordt kritisch bevraagd over waarom de verouderde vergunning met een te hoge zoutzuurwaarde (\text{30 mg/Nm}^3) nog steeds in stand is, terwijl het nieuwe landelijke Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) een veel strengere norm (\text{3 mg/Nm}^3) voorschrijft.

 * GGD Amsterdam: De directeur Publieke Gezondheid van de GGD heeft zich publiekelijk verantwoordelijk gevoeld en de zorgen over stankhinder en de opvallend hoge incidentie van longkanker in Amsterdam-Noord serieus genomen. De GGD dringt aan op duidelijke en snelle maatregelen.

Kortom, de politiek veroordeelt ICL’s vertragingsstrategie en stelt openlijk vragen over de effectiviteit van de aangekondigde technische maatregelen. De druk op de provincie om strengere regels op te leggen via de nieuwe vergunning en dwingende handhaving is zeer hoog.

De opstelling van de nieuwe omgevingsvergunning voor ICL door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) is cruciaal, want hierin komen de strengere normen te staan die de overlast en uitstoot moeten stoppen.

Dit is de huidige stand van zaken en de kritiek op de nieuwe vergunning:

Status van de Nieuwe Vergunning

1. Strengere Normen (Concept)

De nieuwe vergunning moet de oude, inmiddels verouderde, vergunning vervangen en zal naar verwachting:

 * Zoutzuur (HCl): Een drastisch lagere emissienorm bevatten, mogelijk rond de 3 \text{mg/Nm}^3 – in lijn met het nieuwe landelijke Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Dit is een enorme aanscherping vergeleken met de oude norm van 30 \text{ mg/Nm}^3.

 * Geur: Strengere eisen opleggen voor de uitstoot van geurstoffen (mercaptanen) en de frequentie van geurhinder in de omgeving.

2. Vertraging in het Proces

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de vergunning sneller gereed zou zijn, maar het proces loopt vertraging op.

 * Planning: Het ontwerpbesluit van de nieuwe vergunning is gepresenteerd en lag ter inzage in het najaar van 2025. De OD NZKG moet nu alle zienswijzen (reacties) verwerken en het definitieve besluit nemen.

 * Complexiteit: De opstelling van de vergunning is technisch en juridisch complex, mede door de extreme overschrijdingen die zijn geconstateerd en het beroep van ICL tegen de handhaving.

 Kritiek op de Ontwerp-Vergunning

Ondanks dat de normen strenger worden, zijn bewoners, politiek en milieuorganisaties niet tevreden met het ontwerp:

1. Te Lange Termijn voor Oplossingen

De grootste kritiek is dat de nieuwe vergunning ICL te veel tijd geeft om aan de strengere eisen te voldoen.

 * In het ontwerp zou ICL een termijn tot 2027 krijgen om de belangrijkste technische maatregelen (zoals de vervanging van de gaswasser/scrubber) uit te voeren.

 * Kritiekpunt: Bewonersgroepen en politiek vinden dit veel te lang, gezien de ernstige gezondheidsproblemen en de al jaren aanhoudende overlast. Zij eisen dat ICL de installaties per direct moet moderniseren, of de fabriek tijdelijk stil moet leggen.

2. Onvoldoende Handhaving van Geur

De geurproblematiek is technisch lastig te handhaven.

 * De nieuwe vergunning zou weliswaar geurnormen stellen, maar bewoners vrezen dat de normen nog steeds te veel hinder toestaan en dat de handhaving van de Od NZKG onvoldoende daadkrachtig zal zijn zolang de verouderde apparatuur blijft draaien.

3. De Rol van het Rijk

De gemeente en de provincie wijzen naar de Rijksoverheid om strengere wetgeving op te leggen, maar het Rijk is terughoudend. De nieuwe vergunning is daarom grotendeels gebaseerd op de bevoegdheden van de OD NZKG, wat de flexibiliteit en snelheid van handelen beperkt.

Zodra het definitieve besluit over de vergunning wordt genomen, wordt verwacht dat ICL opnieuw in beroep zal gaan om de invoering van de strengere normen uit te stellen.

De meldingen van omwonenden van ICL in Amsterdam-Noord en het Westelijk Havengebied zijn de belangrijkste drijfveer achter de aanhoudende politieke en juridische strijd.

De GGD Amsterdam en diverse bewonersorganisaties hebben de klachten de afgelopen jaren verzameld en geëvalueerd.

Gemelde Gezondheidsklachten

De klachten die worden gemeld door omwonenden van de fabriek zijn voornamelijk gerelateerd aan de luchtwegen en irritatie, en komen vaak voor bij aanhoudende geur- en emissiepieken.

1. Luchtwegklachten

 * Irritatie en Hoesten: Veel bewoners melden een prikkelende keel en neus, en last van chronisch hoesten, vooral wanneer de wind de geur en de uitstoot richting de woonwijken blaast.

 * Astma en COPD: Er zijn meldingen dat bestaande luchtwegaandoeningen zoals astma verergeren door de overlast. De GGD heeft aangegeven dat de uitstoot van zoutzuur (\text{HCl}) irritatie van de bovenste luchtwegen kan veroorzaken.

 * Kankerzorgen: Er zijn alarmerende signalen over een verhoogde incidentie van longkanker in specifieke wijken in Amsterdam-Noord, zoals Tuindorp Oostzaan, vergeleken met het Amsterdamse gemiddelde. De GGD heeft erkend dat dit nader onderzoek vereist, maar heeft nog geen direct oorzakelijk verband met ICL kunnen vaststellen.

2. Irritatieklachten

 * Oogirritatie: Prikkende, branderige en rode ogen.

 * Hoofdpijn en Misselijkheid: Bewoners melden vaak hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid, vooral bij sterke geurpieken.

3. Geurhinder

 * De geur zelf is een grote bron van stress en ongemak. De stank wordt vaak omschreven als een indringende geur van rotte kool, verbrand rubber, of slijptollucht.

 * Deze geur wordt veroorzaakt door mercaptanen (zwavelhoudende verbindingen) en leidt tot ernstige verstoring van het woongenot.

 Reactie van de GGD

De GGD Amsterdam erkent de ernst van de klachten en de zorgen over de volksgezondheid:

 * Erkenning Irritatie: De GGD heeft bevestigd dat de gemeten extreem hoge emissies van zoutzuur (\text{HCl}) acute en chronische irritatie van de luchtwegen en ogen kunnen veroorzaken.

 * Stress en Angst: Naast fysieke klachten, zorgt de aanhoudende overlast en de onzekerheid over de uitstoot voor stress, angst en slaapproblemen bij omwonenden. De GGD benadrukt dat dit een zwaarwegend gezondheidsrisico is.

 * Noodzaak Maatregelen: De GGD heeft de politiek en de Omgevingsdienst nadrukkelijk geadviseerd dat directe en effectieve maatregelen nodig zijn om de blootstelling aan de schadelijke stoffen te stoppen en de gezondheid van de bewoners te waarborgen.

De verzamelde gegevens over de klachten en de verhoogde gezondheidsrisico’s vormen de basis voor de politieke eis om de vergunning van ICL fors aan te scherpen en de fabriek dwingend te laten investeren in nieuwe, veilige technologie.

De problemen rond ICL hebben significante economische en ruimtelijke gevolgen voor zowel het Havenbedrijf als voor de woningbouwambities van de gemeente Amsterdam.

Gevolgen voor Woningbouw en Ruimtelijke Plannen

Het grootste economische en ruimtelijke gevolg is de enorme vertraging en onzekerheid over het project Haven-Stad, een van de grootste stadsontwikkelingsgebieden van Nederland.

1. Vertraging Haven-Stad

 * Woningbouwambitie: Haven-Stad is het plangebied dat de komende decennia ruimte moet bieden aan 40.000 tot 70.000 nieuwe woningen. De ICL-fabriek ligt midden in of vlak naast dit gebied, wat de herontwikkeling van de havenrand direct belemmert.

 * Afgeblazen Verhuizing: ICL heeft de geplande verhuizing (die noodzakelijk was om de zuidelijke delen van Haven-Stad te ontwikkelen) afgeblazen. Ze willen nu tot 2040 op de huidige locatie blijven, wanneer het erfpachtcontract afloopt.

 * Ruimtelijke Onzekerheid: Zolang ICL op de huidige locatie blijft met de huidige (of zelfs strengere) uitstootnormen, moeten de omliggende woongebieden rekening houden met veiligheidsafstanden en milieuzonering. Dit maakt het onmogelijk om dicht op de fabriek te bouwen en vertraagt daardoor de totale realisatie van tienduizenden woningen.

2. Waardevermindering

 * De aanhoudende overlast, milieuproblemen en de onzekerheid over de toekomst van de fabriek hebben mogelijk een negatief effect op de vastgoedwaarde van bestaande en toekomstige woningen in de directe omgeving van Amsterdam-Noord en de havenrand.

Gevolgen voor het Havenbedrijf

De aanwezigheid van ICL veroorzaakt spanningen tussen de economische belangen van de haven en de leefbaarheid van de stad.

1. Inkomsten en Erfpacht

 * ICL is een belangrijk bedrijf voor de haven; het zorgt voor werkgelegenheid en is een klant voor de overslag van goederen. Het betaalt erfpacht aan het Havenbedrijf Amsterdam.

 * Er is politieke discussie over de vraag of het Havenbedrijf zijn contractuele bevoegdheden kan gebruiken om ICL onder druk te zetten de uitstoot te stoppen, bijvoorbeeld via de huurvoorwaarden.

2. Reputatie en Toekomstbestendigheid

 * Het conflict schaadt de reputatie van de Amsterdamse haven. Het Havenbedrijf wil een duurzame, toekomstbestendige haven zijn, maar de aanhoudende milieuproblemen van een grote klant staan daar haaks op.

 * De discussie over ICL onderstreept het bredere dilemma van de Amsterdamse haven: hoe om te gaan met vervuilende, risicovolle industrieën die dicht bij groeiende woonwijken liggen (de zogenaamde milieu-afstandsproblematiek). Het dossier ICL maakt het moeilijker om andere, vervuilende bedrijven in de toekomst te accommoderen.

Kortom, het conflict ICL versus Amsterdam-Noord is een klassiek voorbeeld van een ruimtelijk conflict waarbij economische belangen (havenactiviteit) direct botsen met de volksgezondheid en de gemeentelijke ambitie om duizenden woningen te bouwen. De afgeblazen verhuizing en de juridische strijd hebben de situatie in feite vastgezet tot 2040.

Juridische Instrumenten en Compensatie

1. Is de Huurcommissie van omwonenden betrokken?

Nee, de Huurcommissie is niet betrokken in dit dossier.

 * De Huurcommissie is er om geschillen tussen huurder en verhuurder over de huurprijs, onderhoud of servicekosten te beslechten.

 * Overlast van een derde partij (zoals een nabijgelegen fabriek) valt niet onder de bevoegdheid van de Huurcommissie. Huurders moeten in dit geval de overlast aankaarten bij hun verhuurder (woningcorporatie of particulier), die dan eventueel actie kan ondernemen richting de fabriek of zelf de schade wegens gederfd woongenot via de rechter kan claimen.

2. Kan er compensatie aangeboden worden vanuit ICL aan omwonenden?

Compensatie is mogelijk, maar moet via de rechter of een schikking worden afgedwongen.

 * Aansprakelijkheid (Schadevergoeding): Bewoners (of groepen bewoners) zouden een civiele procedure kunnen starten tegen ICL wegens onrechtmatige hinder (art. 6:162 Burgerlijk Wetboek). Dit is juridisch zwaar en kostbaar. De claim zou gericht zijn op:

   * Materiële schade: Waardevermindering van de woning (vooral voor eigenaren) of hogere medische kosten.

   * Immateriële schade: Vergoeding voor gederfd woongenot en gezondheidsschade. Dit is lastig te bewijzen, maar niet onmogelijk (vergelijkbaar met de aardbevingsschade in Groningen, waar immateriële schade is toegekend).

 * Nadeelcompensatie: Dit is een regeling voor schade die ontstaat door rechtmatig overheidsoptreden (bijvoorbeeld als de gemeente de fabriek mocht laten bouwen). Dit is niet direct van toepassing op de huidige onrechtmatige overschrijdingen van de vergunning door ICL.

Tot op heden is er geen officiële schaderegeling of compensatie door ICL aangeboden. De bewonersgroepen richten zich nu op het afdwingen van schone lucht in plaats van op compensatie.

2. Kan er nadat er een nieuwe vergunning bestaat verhaald worden bij ICL?

Ja, de juridische positie van omwonenden en de overheid wordt na de nieuwe vergunning sterker.

 * Naleving: De nieuwe vergunning zal veel strengere normen (zoals de \text{3 mg/Nm}^3 voor zoutzuur) en kortere termijnen bevatten.

 * Handhaving: Als ICL de nieuwe, strengere normen overtreedt, is de overtreding veel duidelijker en kan de Omgevingsdienst sneller en met zwaardere middelen (hogere dwangsommen of bestuursdwang) handhaven. De basis om ICL te dwingen te investeren of te stoppen, is dan veel sterker.

 * Aansprakelijkheid: Als ICL de nieuwe, strengere vergunningsvoorschriften blijft overtreden, versterkt dit de juridische basis voor omwonenden om in een civiele procedure de onrechtmatigheid en daarmee de schadevergoedingsplicht aan te tonen.

4. Kan de vergunning ophouden te verstekken aan ICL vanwege het wangedrag?

Ja, intrekking van de vergunning is de zwaarste mogelijke sanctie, maar wordt zelden toegepast.

 * Intrekking Omgevingswet: De Omgevingswet staat toe dat een vergunning (geheel of gedeeltelijk) wordt ingetrokken als:

   * Het bedrijf niet voldoet aan de voorschriften van de vergunning.

   * De vergunning in strijd is met de beoordelingsregels en een wijziging van de voorschriften niet helpt.

 * Wangedrag (Overtredingen): De OD NZKG kan na het volledig innen van de huidige maximale dwangsom van €500.000 nieuwe, zwaardere handhavingsstappen overwegen, inclusief een Last onder Bestuursdwang (fysiek de fabriek stilzetten) of uiteindelijk het intrekken van de vergunning. Dit is een politiek en economisch zeer gevoelig besluit. De provincie zal dit pad pas kiezen als ICL herhaaldelijk de zware vergunningsregels overtreedt en aantoonbaar weigert structurele verbeteringen door te voeren.

 Banenrecht en Bedrijfsbelang

5. Zijn er geen andere regels m.b.t. banenrecht wanneer dat om grootbedrijven gaat?

Nee, de basisregels van het Nederlandse arbeidsrecht zijn in principe hetzelfde voor grootbedrijven als voor MKB, maar de omvang van ICL brengt wel complexiteit met zich mee:

 * Bescherming Werknemers: Bij een eventuele gedwongen sluiting, faillissement of reorganisatie van een groot bedrijf als ICL (wegens handhaving) gelden de standaardregels:

   * Ontslag op bedrijfseconomische gronden moet via het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) lopen.

   * Het afspiegelingsbeginsel is van toepassing (wie het laatst in dienst kwam, gaat er als eerste uit).

   * Werknemers hebben recht op een transitievergoeding.

 * Collectief Ontslag: Vanwege de omvang van het personeel kan ICL te maken krijgen met de regels voor collectief ontslag (bij 20+ ontslagen binnen 3 maanden), inclusief overleg met de vakbonden en de Ondernemingsraad.

De economische belangen (werkgelegenheid) van een grootbedrijf spelen altijd een rol in de politieke afweging over handhaving, maar ze mogen formeel niet zwaarder wegen dan de volksgezondheid en de naleving van de milieuwetgeving.

Geschiedenis en Oorsprong van ICL

ICL, voorheen bekend als Israel Chemicals Ltd., heeft een lange geschiedenis die ver teruggaat in de industriële ontwikkeling van Amsterdam.

Oorsprong Amsterdam (De Fabriek)

 * 1907: De fabriek werd opgericht als de N.V. Amsterdamsche Superfosfaatfabriek (ASF) op het huidige terrein in het Westelijk Havengebied. De locatie was ideaal vanwege de aanleg van havens voor aanvoer van grondstoffen (fosfaatgesteente).

 * Functie: De fabriek produceerde al meer dan een eeuw lang kunstmest (fosfaat- en stikstofhoudende meststoffen) en chemische producten.

Oorsprong ICL (Het Moederbedrijf)

 * 1929: De basis van het huidige ICL Group wordt gelegd met de toekenning van een concessie door de Britse overheid in het toenmalige Palestina voor het winnen van potas en broom uit de Dode Zee.

 * 1968: Het Israëlische staatsbedrijf Israel Chemicals Ltd. Wordt opgericht als houdstermaatschappij voor de chemische en mineralen-activiteiten van de overheid.

 * 1982: ICL neemt het Amsterdamse fabrieksterrein over, waarmee het de basis legt voor de divisie ICL Fertilizers Europe C.V.

 * Privatisering en Groei: In de jaren ’90 en 2000 wordt het moederbedrijf ICL geprivatiseerd en groeit het uit tot een wereldwijde speler met drie kernsegmenten: Landbouw (kunstmest), Voeding en Technische Materialen.

De fabriek in Amsterdam maakt dus deel uit van een oud industrieel erfgoed, maar is sinds 1982 eigendom van een internationaal chemisch concern, wat de huidige strijd met de lokale overheid en bewoners extra complex maakt.

 ICL is een groot, wereldwijd opererend chemisch bedrijf, dus hun banden zijn zeer uitgebreid.

Internationale Banden en Samenwerkingen

ICL (ICL Group Ltd.) is een Israëlisch multinational en één van ’s werelds grootste producenten van mineralen en speciale chemicaliën. Hun internationale banden zijn opgebouwd rond hun drie belangrijkste bedrijfssegmenten: Landbouw (Fertilizers), Industriële Specialiteiten en Voedselcomponenten.

1. Moederbedrijf en Financiële Banden

 * ICL Group Ltd. (Hoofdkantoor): De fabriek in Amsterdam-Noord (ICL Fertilizers Europe C.V.) is een dochteronderneming van de ICL Group met het hoofdkantoor in Tel Aviv, Israël.

 * Beursgenoteerd: ICL Group is genoteerd aan de New York Stock Exchange (NYSE) en de Tel Aviv Stock Exchange (TASE). Dit betekent dat zij internationale investeerders en financiële banden hebben over de hele wereld.

 * Grondstoffen: Een groot deel van hun grondstoffen, zoals fosfaatgesteente, wordt gewonnen in hun eigen mijnen in Israël, China en Spanje, en vervolgens geïmporteerd naar locaties zoals Amsterdam voor verdere verwerking tot kunstmest.

2. Samenwerkingen en Handel (Landbouwdivisie)

De vestiging in Amsterdam is cruciaal voor de Europese Landbouwdivisie en handelt intensief met andere ICL-vestigingen en externe klanten:

 * Logistiek en Havenbedrijven: ICL werkt nauw samen met het Havenbedrijf Amsterdam voor de aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten via de zeevaart.

 * Europese Afzetmarkt: De in Amsterdam geproduceerde kunstmest en chemicaliën worden voornamelijk afgezet bij groothandels, distributeurs en direct aan landbouwbedrijven in Europa.

 * Joint Ventures: ICL heeft diverse strategische partnerschappen en joint ventures wereldwijd, met name in China, waar ze samenwerken met lokale bedrijven voor de productie en distributie van meststoffen en fosfaatproducten.

 Jaarlijkse Omzet ICL Group

ICL is een zeer groot bedrijf en rapporteert zijn financiële resultaten in Amerikaanse dollars. De fabriek in Amsterdam is slechts een onderdeel van de totale groep.

•Jaar

 | Totale Jaarlijkse Omzet (ICL Group) | 》Opmerking 《

• 2023

| $7.502 miljard |

》 Een daling ten opzichte van het piekjaar 2022, vanwege normalisatie van de grondstofprijzen. 《

• 2022

| $10.018 miljard |

》Dit was een recordjaar voor ICL, gedreven door de sterk gestegen prijzen voor kunstmest en chemicaliën (mede door de oorlog in Oekraïne). 《

• 2021

| $6.974 miljard |

》Sterke groei ten opzichte van voorgaande jaren. 《

De totale omzet in 2023 bedroeg dus ruim 7,5 miljard dollar. Dit benadrukt dat ICL een financieel krachtige speler is, wat de frustratie van de gemeente en omwonenden vergroot over hun terughoudendheid om snel en adequaat te investeren in het oplossen van de milieuproblemen in Amsterdam-Noord.

De kunstmestfabriek ICL heeft subsidie gekregen van de Provincie Noord-Holland voor het moderniseren van hun proces met de zogenaamde Puraloop-technologie.

 * Subsidieverstrekker: Provincie Noord-Holland.

 * Bedrag: Het ging om een subsidie van een half miljoen euro (€500.000).

 * Doel: De subsidie was specifiek bedoeld voor de ontwikkeling en implementatie van de Puraloop-technologie. Dit is een innovatief proces waarbij fosfaat wordt gerecycled uit as van verbrand rioolwaterzuiveringsslib om te gebruiken in de meststoffenproductie.

 * Context: Hoewel Puraloop een duurzaam en circulair project is (het hergebruikt afvalstoffen), staat deze innovatie los van de acute problemen met de zoutzuur (HCl) en geuruitstoot (mercaptanen) die de omwonenden van Amsterdam-Noord al jaren ervaren. Die overlast is gerelateerd aan de oudere installaties, zoals de falende gaswasser.

Kortom, de subsidie van de Provincie Noord-Holland was gericht op circulaire innovatie (Puraloop) en niet direct op de aanpak van de acute milieu- en gezondheidsproblemen die het bedrijf de afgelopen jaren veroorzaakte.

De boete van €500.000 (de zogenaamde Last Onder Dwangsom, of LOD) kwam van de Provincie Noord-Holland, gehandhaafd door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG).

Hier is de context:

Oorsprong van de Dwangsom

De boete (dwangsom) is een handhavingsinstrument dat is opgelegd vanwege herhaalde en ernstige overtredingen van de destijds geldende milieuvergunning.

• Aspect

 | Details |

• Bestuurlijke eenheid

| Provincie Noord-Holland (als vergunningverlener en toezichthouder). |

• Uitvoerende dienst

| Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). |

• Reden

| Overschrijding van de maximaal toegestane emissies van zoutzuur (\text{HCl}), wat leidde tot de acute overlast en gezondheidsklachten bij omwonenden. |

• Bedrag

| De totale maximale Last Onder Dwangsom bedroeg €500.000, verdeeld in vier termijnen van elk €125.000 per overtreding. |

• Status

| Nadat de OD NZKG de bezwaren van ICL had afgewezen, kon de inning van de dwangsommen (inclusief beroepsprocedures) in gang worden gezet. |

De dwangsom werd niet opgelegd als een eenmalige straf, maar als een pressiemiddel om ICL te dwingen zo snel mogelijk technische maatregelen te nemen om de uitstoot terug te dringen naar de wettelijk toegestane normen.

Het klopt dat de provinciale subsidie van €500.000 voor het Puraloop-project gelijk is aan de maximale dwangsom van €500.000 die ICL moet betalen voor zoutzuurovertredingen.

Het is theoretisch mogelijk dat de subsidie en de dwangsom elkaar opheffen, maar in de praktijk zijn het twee volstrekt gescheiden potjes met verschillende doelen.

 Subsidie versus Dwangsom

De overheid ziet deze bedragen als losstaande financiële instrumenten:

 * Subsidie (€500.000): Dit is een investering in een toekomstig, circulair en duurzaam project (Puraloop), dat wordt gezien als een verbetering van de mestproductie in het algemeen. Dit geld is bedoeld om ICL’s innovatie aan te moedigen.

 * Dwangsom (€500.000): Dit is een straf en pressiemiddel voor historisch wangedrag (het overtreden van de huidige vergunning) en de uitstoot die de volksgezondheid bedreigt. Dit geld is ICL verschuldigd aan de provincie.

Het ene bedrag kan niet zomaar worden verrekend met het andere, omdat ze uit verschillende beleidskaders komen. De provincie wilde ICL aanmoedigen te verduurzamen én tegelijkertijd hard optreden tegen de ongezonde uitstoot.

 Werkt de Dwangsom als Pressiemiddel?

Gezien de jaarlijkse omzet van ICL, is het zeer de vraag of de €500.000 dwangsom echt als een afschrikwekkend pressiemiddel werkt.

De Omzet Vergelijking

 * ICL’s Jaaromzet (2023): $7.502 miljard (ruim €7 miljard).

 * Dwangsom: €500.000.

De dwangsom vertegenwoordigt slechts ongeveer 0,007% van ICL’s jaaromzet. Ter vergelijking: voor een persoon met een jaarinkomen van €50.000, staat dit gelijk aan een boete van slechts €3,50.

Conclusie: Beperkte Financiële Druk

 * Directe Financiële Impact: De dwangsom heeft vrijwel geen directe financiële impact op een multinational van deze omvang. Het bedrag is simpelweg te laag om een onmiddellijke koerswijziging af te dwingen.

 * Reputatieschade als Druk: De werkelijke druk van de dwangsom zit niet in het geldbedrag, maar in de reputatieschade en de juridische escalatie.

   * Het officieel opleggen van een dwangsom door de overheid bevestigt dat ICL onrechtmatig handelt. Dit schaadt hun imago bij investeerders, klanten en de publieke opinie.

   * Het leidt tot de nieuwe, strengere vergunning en vergroot de kans op zwaardere vervolgstappen, zoals een Last Onder Bestuursdwang (waarbij de overheid de fabriek op kosten van ICL stillegt) of, in het uiterste geval, de intrekking van de vergunning.

De dwangsom is dus meer een politiek en juridisch signaal dan een financieel drukmiddel. De politieke druk die is ontstaan door het handhaven van die dwangsom, is voor ICL waarschijnlijk een grotere zorg dan het bedrag zelf.

 Gezien de omvang, de financiële belangen en de wereldwijde activiteiten van de ICL Group, heeft de internationale en nationale politieke invloed in het moederland veel meer prioriteit dan de lokale relatie met de provincie Noord-Holland.

De problemen in Amsterdam-Noord zijn voor ICL een lokale kostenpost en imagoprobleem, maar geen existentiële bedreiging voor het internationale bedrijf.

 ICL’s Focus op Internationale Politiek en Handel

De ICL Group is een beursgenoteerde Israëlische multinational met een omzet van miljarden dollars. Hun politieke en zakelijke focus ligt op terreinen die direct hun kernbedrijf raken:

1. Lobbyen in de EU en VS

ICL heeft belangen bij:

 * Europese Meststoffenbeleid: De fabriek in Amsterdam maakt deel uit van de Europese meststoffenproductie. ICL lobbyt in Brussel om de Europese wetgeving over de productie, import en gebruik van meststoffen (zoals de regelgeving rond cadmium in fosfaat) gunstig te beïnvloeden. ICL Europe Coöperatief U.A. staat geregistreerd als een van de Nederlandse entiteiten die lobbyt bij de EU-instellingen.

 * Handelsakkoorden: Het bedrijf is afhankelijk van de wereldwijde toevoer van grondstoffen (potas, fosfaat) uit hun mijnen in onder andere Israël, Spanje en China. Zij lobbyen om internationale handelsakkoorden en beleid te beïnvloeden om deze toevoer te garanderen en tariefmuren te voorkomen.

2. Geopolitieke Gevoeligheid

De activiteiten van ICL hebben een sterke geopolitieke component, wat de relatie met de lokale Nederlandse overheid naar de achtergrond duwt:

 * Mijnen in Controversiële Gebieden: ICL’s dochteronderneming, Dead Sea Works Ltd. (DSW), wint mineralen uit de Dode Zee, een gebied dat gedeeltelijk in de bezette Wes”elijke Jordaanoever ligt. Dit brengt hen direct in contact met complexe internationale wetgeving, mensenrechtenkwesties en het Israëlische overheidsbeleid.

 * Militaire Banden: ICL is in het verleden in opspraak geraakt vanwege banden met de militaire toeleveringsketen, waaronder de productie van onderdelen voor witte fosfor munitie. Dit zorgt voor aanzienlijke maatschappelijke kritiek en is een veel groter reputatierisico dan de lokale overlast in Amsterdam.

 * Nationale Strategie: ICL wordt in Israël gezien als een nationaal strategisch bedrijf vanwege de winning van zeldzame mineralen en hun bijdrage aan de Israëlische economie en werkgelegenheid in de Negev-regio.

🇳🇱 Het Verschil in Prioriteit

Voor de ICL Group staat het conflict met Noord-Holland in schril contrast met hun internationale belangen:

• Aspect

 | Deel ICL Amsterdam (Noord-Holland)

 | ICL Group (Internationaal) |

•Primaire Zorg

 | Zoutzuuruitstoot (\text{HCl}) en geuroverlast.

 | Grondstoffenvoorziening en mondiale marktprijzen. |

• Impact Dwangsom

 | €500.000: Een klein bedrag dat juridisch wordt aangevochten.

 | $7,5 miljard omzet: De inzet is het wereldwijde bedrijfsmodel. |

•Lokale Strijd

 | Bestuursrechtelijke procedure tegen de OD NZKG over een lokale vergunning.

 | Lobbyen bij de Europese Commissie en Wereldhandelsorganisaties over wetgeving. |

•Grootste Gevaar

 | Reputatieschade en het risico dat de vergunning op de lange termijn wordt ingetrokken.

 | Internationale boycot of verlies van exploitatierechten op mijnen. |

De focus van ICL ligt dus logischerwijs op het handhaven van hun wereldwijde positie en het beheren van hun geopolitieke en ESG-risico’s. De juridische vertragingsstrategie in Amsterdam toont aan dat zij de relatie met Noord-Holland en de OD NZKG beschouwen als een te managen lokaal risico, in plaats van een prioriteit die direct hoge, snelle investeringen vereist.

De hele kwestie rond ICL in Amsterdam-Noord raakt direct aan de beginselen van de OESO-richtlijnen en diverse internationale verdragen, met name op het gebied van milieu, mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

Dit is hoe het gedrag van ICL en de reactie van de Nederlandse overheid zich verhouden tot deze internationale kaders:

OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen

De OESO-richtlijnen zijn niet-bindende aanbevelingen van overheden aan multinationale ondernemingen. Ze geven normen voor verantwoord gedrag. Het ICL-dossier vertoont een aantal spanningen met deze richtlijnen:

1. Mensenrechten (Hoofdstuk IV)

 * Beginsel: Ondernemingen moeten de mensenrechten, zoals vastgelegd in de internationale mensenrechtenverdragen, respecteren en mensenrechtenschendingen voorkomen.

 * Verhouding tot ICL: De klachten over gezondheidsschade (luchtwegproblemen, irritatie) en het gederfde woongenot door geur- en zoutzuuroverlast raken direct aan het recht op gezondheid en het recht op een veilige leefomgeving. De vertragingsstrategie van ICL en het onvoldoende snel oplossen van de uitstootproblemen kunnen worden gezien als een nalatigheid in het respecteren van deze rechten.

2. Milieu (Hoofdstuk VI)

 * Beginsel: Ondernemingen moeten maatregelen nemen om de milieuschade die hun activiteiten veroorzaken te voorkomen of te beperken. Zij moeten zorgen voor milieubeheer en betrouwbare informatie verstrekken over hun milieuprestaties.

 * Verhouding tot ICL: De vastgestelde overschrijdingen van de zoutzuuruitstoot en de jarenlange geuroverlast zijn een duidelijke schending van de lokale milieunormen. Dit staat haaks op het beginsel van preventie. De discussie over de onbetrouwbaarheid van de zelf uitgevoerde metingen van ICL raakt aan de eis van transparantie en betrouwbaarheid van informatie.

3. Informatieverschaffing (Hoofdstuk III)

 * Beginsel: Ondernemingen moeten tijdig, regelmatig en betrouwbaar informatie verschaffen over hun activiteiten, structuur en prestaties.

 * Verhouding tot ICL: De politieke en maatschappelijke kritiek op ICL richt zich op de gebrekkige communicatie en de pogingen om de handhaving (dwangsommen) aan te vechten in plaats van de problemen direct op te lossen. Dit wordt ervaren als het niet naar eer en geweten handelen en het niet open zijn over de ernst van de milieuproblemen.

 Internationale Milieu- en Mensenrechtenverdragen

Het ICL-dossier is ook relevant voor verschillende VN-verdragen en -beginselen:

1. Het Verdrag van Aarhus (Toegang tot Informatie, Participatie en Rechtsgang)

 * Beginsel: Burgers hebben recht op toegang tot milieu-informatie, inspraak in milieubesluitvorming en toegang tot de rechter bij milieugeschillen.

 * Verhouding tot ICL: Dit verdrag is essentieel voor de bewonersgroep ‘Adem Vrij aan het IJ’. Zij baseren hun protest en hun beroep op de OD NZKG deels op dit recht. De overheid, via de Omgevingsdienst, moet op basis van dit verdrag transparant zijn over de uitstootmetingen en de vergunningsprocedure, wat zij over het algemeen ook doet door de rapporten openbaar te maken.

2. De UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s)

 * Pijlers: De UNGP’s stellen dat de Staat de plicht heeft mensenrechten te beschermen, bedrijven de verantwoordelijkheid hebben mensenrechten te respecteren, en er toegang tot herstel moet zijn voor slachtoffers.

 * Verhouding tot ICL:

   * Bedrijfsverantwoordelijkheid: ICL heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen dat hun activiteiten de gezondheid en leefomgeving niet schaden (respecteren).

   * Plicht van de Staat (Nederland): De Provincie Noord-Holland en de OD NZKG hebben de plicht om de bewoners te beschermen tegen de schadelijke uitstoot, wat zij proberen te doen met de dwangsommen en het opstellen van een strengere vergunning.

   * Herstel: De vraag naar compensatie voor gederfd woongenot en gezondheidsklachten valt onder de pijler van ‘toegang tot herstel’.

3. Het “Polluter Pays” Principe

 * Beginsel: Dit is een fundamenteel beginsel in het internationale milieurecht. De veroorzaker van de vervuiling moet de kosten dragen voor het voorkomen, controleren en opruimen van de vervuiling.

 * Verhouding tot ICL: De dwangsommen en de verplichte, kostbare investeringen in nieuwe filtersystemen die ICL moet doen, zijn een directe toepassing van dit beginsel. De juridische strijd van ICL tegen de dwangsommen kan echter worden gezien als een poging om dit principe te omzeilen.

Kortom, de ICL-zaak is een concrete testcase voor de naleving van internationale MVO-standaarden door een multinational en de daadkracht van de Nederlandse overheid om deze normen af te dwingen ten behoeve van de volksgezondheid.

De bewonersgroep, een NGO of een andere belanghebbende partij zou een klacht kunnen indienen bij het Nationaal Contactpunt (NCP) OESO-richtlijnen in Nederland.

Het NCP is een geschillenmechanisme dat toetst of multinationale ondernemingen (zoals ICL) zich houden aan de OESO-richtlijnen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), die betrekking hebben op milieu en mensenrechten.

Hier lees je hoe deze procedure werkt en wat de mogelijke gevolgen zijn:

De NCP-Procedure (Specific Instance Procedure)

Het Nationaal Contactpunt (NCP) in Nederland is gevestigd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en heeft twee hoofdtaken: het bevorderen van de OESO-richtlijnen en het behandelen van klachten over mogelijke schendingen.

1. Indienen van de Melding

 * Wie kan melden? Elke partij die op enige wijze betrokken is bij de vermeende schending kan een melding indienen. Dit kan een bewonersgroep zijn (zoals ‘Adem Vrij aan het IJ’), een vakbond of een niet-gouvernementele organisatie (NGO) die hen bijstaat.

 * Basis van de Klacht: De klacht zou zich richten op de schending van de hoofdstukken over Milieu en Mensenrechten (het recht op een veilige en gezonde leefomgeving) door ICL, met name het niet tijdig en adequaat handelen tegen de uitstoot en de juridische vertragingstactieken.

2. Ontvankelijkheid en Behandeling

 * Initiële Beoordeling: Het NCP beoordeelt of de klacht ontvankelijk is. Dit betekent dat ze kijken of de klacht betrekking heeft op een reële schending van de OESO-richtlijnen en of de onderneming (ICL) voldoende banden heeft met Nederland (wat zeker het geval is door de fabriek in Amsterdam).

 * Bemiddeling: Als de klacht ontvankelijk wordt verklaard, is het primaire doel van het NCP om bemiddeling te faciliteren tussen de meldende partijen (bewoners) en ICL. Het NCP is géén rechter, maar een neutrale facilitator.

 * Niet-Juridisch Bindend: De uitspraak van het NCP is niet juridisch bindend, maar het is de bedoeling dat de multinational de procedure en de uitkomst serieus neemt.

3. Gevolgen voor ICL

Hoewel de NCP-uitspraak geen dwangsommen oplegt, kan het grote gevolgen hebben:

 * Reputatieschade: Een NCP-uitspraak die ICL veroordeelt wegens schending van de richtlijnen (met name over milieu en mensenrechten) is een grote klap voor de reputatie van een beursgenoteerd bedrijf. Dit kan invloed hebben op het vertrouwen van internationale investeerders.

 * Druk van de Overheid: De Nederlandse overheid hecht veel waarde aan het naleven van de OESO-richtlijnen. Als ICL weigert mee te werken aan de bemiddeling, kan dit negatieve consequenties hebben, zoals het uitsluiten van ICL van handelsmissies, investeringssteun of exportkredietverzekeringen vanuit de Nederlandse overheid.

 * Aanvullende Druk: Een veroordeling van het NCP geeft de Provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en de bewoners extra morele en politieke munitie in hun strijd om snelle, dwingende maatregelen af te dwingen via de vergunningsprocedure en de rechter.

Kortom, de NCP-procedure biedt een formeel en internationaal erkend pad om de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ICL te bevragen, buiten de lokale bestuursrechtelijke procedures om.

Het Nationaal Contactpunt (NCP) OESO-richtlijnen van Nederland is gehuisvest bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag.

Het NCP is een onafhankelijk orgaan dat de OESO-richtlijnen promoot en meldingen over vermeende schendingen behandelt. Het secretariaat is echter ondergebracht bij het ministerie om gebruik te kunnen maken van de beleidsmatige en diplomatieke expertise.

De Verenigde Naties (VN) is geen directe handhaver van milieuregels in Nederland, maar kan op principiële, adviserende en juridisch-ondersteunende wijze een belangrijke rol spelen in de zaak ICL.

De relevantie van de VN komt vooral voort uit de internationale kaders voor mensenrechten, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

1. VN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s)

Dit is het meest directe kader dat van toepassing is. De VN-richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten (de ‘Ruggie-principes’) stellen drie pijlers vast:

 * De Plicht van de Staat (Nederland): De VN erkent de plicht van Nederland om burgers te beschermen tegen schendingen van mensenrechten door derden (zoals bedrijven). De acties van de Provincie Noord-Holland en de Omgevingsdienst (dwangsommen, strengere vergunning) zijn een directe invulling van deze plicht.

 * De Verantwoordelijkheid van het Bedrijf (ICL): ICL heeft de verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren. Het recht op gezondheid en het recht op een gezonde leefomgeving zijn hier cruciaal. Het aanhoudende veroorzaken van overlast door zoutzuur en stank, ondanks de bekende gezondheidsklachten, is een schending van deze verantwoordelijkheid.

 * Toegang tot Herstel: De VN vereist dat slachtoffers toegang hebben tot een effectief mechanisme voor herstel. De juridische strijd van ICL o”er de dwangsommen en de lange termijn voor oplossingen vertraagt dit herstel.

Wat de VN kan doen: Het VN-Mensenrechtencomité kan Nederland bevragen op de naleving van zijn plicht om de gezondheid van de burgers in Amsterdam-Noord te beschermen tegen ICL’s vervuiling.

2. VN-Milieuprogramma (UNEP) en Klimaatverdragen

Hoewel de ICL-kwestie in de eerste plaats een lokale milieukwestie is, zijn de bredere VN-kaders op het gebied van milieu en duurzaamheid relevant.

 * Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s): De zaak ICL is relevant voor SDG 3 (Goede Gezondheid en Welzijn) en SDG 12 (Verantwoorde Consumptie en Productie). Het conflict benadrukt dat ICL, een belangrijke producent van meststoffen, in strijd handelt met deze mondiale duurzaamheidsdoelen.

 * Emissienormen: De VN bevordert de invoering van de strengste internationaal aanbevolen milieunormen. De eis in de nieuwe vergunning om de \text{HCl}-uitstoot extreem te verlagen is een beweging in de richting van deze normen.

Wat de VN kan doen: VN-organen kunnen het “Polluter Pays” beginsel en de noodzaak van due diligence (gepaste zorgvuldigheid) in de productieketen benadrukken bij internationale fora, wat de reputatiedruk op ICL verder opvoert.

3. Internationaal Bindend Verdrag (Toekomst)

Op dit moment wordt er binnen de VN gewerkt aan een juridisch bindend verdrag over bedrijven en mensenrechten, ook wel het ‘Bindend VN-Verdrag’ genoemd.

 * Huidige Status: De UNGP’s zijn niet-bindend (soft law). Als dit bindende verdrag er komt, zou dat burgers directere juridische middelen geven om multinationale bedrijven zoals ICL aansprakelijk te stellen voor milieuschade en mensenrechtenschendingen in hun internationale vestigingen.

 * Relevantie ICL: Als de situatie in Amsterdam-Noord zou vallen onder dit verdrag, zou het een veel krachtiger instrument zijn dan de huidige klachtenmechanismen bij de OESO, omdat het directe rechtsgang mogelijk maakt.

De VN zelf neemt dus geen boompjesmonsters in Amsterdam-Noord, maar schept het morele en juridische raamwerk waarbinnen de Nederlandse overheid kan handhaven en ICL internationaal ter verantwoording kan worden geroepen.

Er zijn cijfers over de gezondheidsklachten en overlastmeldingen in de omgeving van ICL. Deze cijfers bevestigen de ernst van de situatie, al is een direct oorzakelijk verband tussen ICL en de meest ernstige klachten (zoals longkanker) door de GGD nog niet vastgesteld.

De werknemers van ICL lijken niet meegenomen te zijn in de publieke gezondheidsstudies.

Cijfers over Overlast en Gezondheid

De cijfers zijn afkomstig uit meldingen bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) en gezondheidsonderzoek door de GGD Amsterdam.

1. Overlastmeldingen

 * Ranglijst OD NZKG: ICL staat bij de Omgevingsdienst bekend als een van de bedrijven met het grootste aantal klachten in Nederland (op een gegeven moment werd het zelfs genoemd als nummer 2). Het gaat om vele honderden meldingen van bewoners uit de omliggende wijken, zoals Tuindorp Oostzaan, de NDSM-werf en Buiksloterham.

 * Aard van de Overlast: De meldingen gaan voornamelijk over de scherpe, chemische stank (veroorzaakt door mercaptanen) en over prikkende ogen. De overlast is het hevigst bij wind uit het zuidwesten.

2. Gezondheidsklachten (Door Bewoners Gemeld)

De GGD Amsterdam heeft een patroon van veelvoorkomende klachten vastgesteld die direct gerelateerd worden aan de stank en uitstootpieken:

 * Irritatie: Prikkende ogen, keelpijn, neusirritatie.

 * Luchtwegen: Chronisch hoesten, luchtwegproblemen, en het verergeren van bestaande aandoeningen zoals astma.

 * Overig: Hoofdpijn en misselijkheid.

3. Opvallende Kankerincidentie (Kankeratlas)

Dit is de meest alarmerende, zij het indirecte, statistiek:

 * Tuindorp Oostzaan: De longkankerincidentie (het aantal nieuwe gevallen) in Tuindorp Oostzaan lag in de periode 2011-2022 67% boven het landelijk gemiddelde.

 * Buiksloterham: In de wijk Buiksloterham lag dit percentage zelfs 97% hoger.

 * GGD Stelling: De GGD Amsterdam benadrukt dat een direct causaal verband tussen de uitstoot van ICL en deze hoge longkankerincidentie niet kan worden vastgesteld. De GGD stelt wel dat de uitstoot van ICL geen ernstige® gezondheidseffecten veroorzaakt dan irritatie, maar erkent dat het hoge aantal longkankergevallen nader onderzoek behoeft.

 Werknemers van ICL

De gezondheid van de werknemers van ICL is niet meegenomen in de publieke gezondheidsonderzoeken die de GGD heeft uitgevoerd in opdrac”t van de gemeente en de provincie.

 * Focus op Omwonenden: De GGD-onderzoeken en de bezorgdheid van bewonersinitiatieven (zoals ‘Adem Vrij aan het IJ’) richten zich uitsluitend op de gezondheidsimpact op de omwonenden en het leefgebied buiten de fabriekspoorten.

 * Arbozorg: De gezondheid en veiligheid van het personeel binnen de fabriek vallen onder de Arbowet en de verantwoordelijkheid van de directie van ICL en hun Arbodienst. Binnen de fabriek gelden uiteraard strengere veiligheidsprotocollen en persoonlijke beschermingsmiddelen om werknemers tegen de gevaarlijke stoffen te beschermen.

 * Publieke Informatie: Er is geen publiekelijk gedeelde informatie bekend over eventuele bovengemiddelde gezondheidsklachten of beroepsziekten onder het personeel van ICL in Amsterdam.

De situatie laat een duidelijk verschil zien: de overheid handhaaft op de blootstelling van de omgeving, terwijl de gezondheid van het personeel een interne aangelegenheid is tussen het bedrijf, de Ondernemingsraad en de Inspectie SZW.

Het onderzoek dat nodig is om een direct oorzakelijk verband te kunnen vaststellen tussen de uitstoot van ICL en de hoge incidentie van longkanker in Amsterdam-Noord, is complex en ligt op het snijvlak van gezondheidszorg, milieu en bestuur.

De opdracht voor zo’n onderzoek kan door verschillende partijen worden gegeven, meestal aan gespecialiseerde kennisinstituten:

 Opdrachtgever: Wie kan het onderzoek initiëren?

De meest logische en gezaghebbende partijen die de opdracht kunnen geven voor een dergelijk grootschalig epidemiologisch en toxicologisch onderzoek zijn:

1. 🇳🇱 De Overheid (Bestuurlijk)

Dit is de meest waarschijnlijke route, omdat de overheid de zorgplicht heeft voor de volksgezondheid:

 * Provincie Noord-Holland: Als het bevoegd gezag en de handhaver van de milieuvergunning, heeft de Provincie de grootste verantwoordelijkheid. Zij kan de opdracht geven om de gezondheidseffecten van de uitstoot (met name zoutzuur en stankstoffen) wetenschappelijk te laten onderzoeken en de risico’s in kaart te brengen.

 * Gemeente Amsterdam: De burgemeester en wethouders (via de GGD) kunnen de opdracht geven. De Gemeente heeft, net als de Provincie, een directe verantwoordelijkheid voor de gezondheid en leefomgeving van haar burgers.

 * Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat of VWS (Rijksoverheid): Vanwege het landelijke belang van de volksgezondheid en de complexiteit van de materie, zou het Rijk het onderzoek kunnen initiëren en financieren. Dit gebeurt vaak als lokale of provinciale middelen en bevoegdheden tekortschieten.

2. Wetenschappelijke Instituten (Zelfstandig)

Soms initiëren wetenschappelijke instellingen zelf onderzoek, vaak in samenwerking met de overheid:

• GGD Amsterdam: De GGD kan zelf besluiten een diepgaand vervolgonderzoek te starten, in samenwerking met bijvoorbeeld een universitair medisch centrum (UMC).

Opdrachtnemer: Aan wie kan deze opdracht gegeven worden?

De opdracht om een direct oorzakelijk verband tussen de uitstoot en ziekte te onderzoeken, vereist gespecialiseerde toxicologische en epidemiologische expertise. Dit zijn de meest geschikte instanties:

1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

 * Het RIVM is dé nationale expert op het gebied van volksgezondheid en milieu. Zij hebben de expertise en de onafhankelijkheid om de toxicologische risico’s van de ICL-uitstoot te koppelen aan de epidemiologische gegevens (de Longkankeratlas).

 * Rol: Het RIVM zou een gezondheidskundige risicobeoordeling kunnen uitvoeren om te bepalen of de concentraties en de duur van de blootstelling aan ICL-emissies het verhoogde risico op longkanker kunnen verklaren.

2. Universitair Medisch Centra (UMC’s)

 * Met name afdelingen voor Milieuepidemiologie of Arbeids- en Milieugeneeskunde van UMC’s (bijvoorbeeld Amsterdam UMC of Erasmus MC) zijn uitstekend uitgerust om dergelijk onderzoek te doen.

 * Rol: Zij kunnen een diepgaande patiënt-controlestudie opzetten, waarbij de blootstelling aan ICL-stoffen van patiënten met longkanker wordt vergeleken met die van gezonde personen in de wijk.

3. Onafhankelijke Onderzoeksbureaus

 * Er zijn gespecialiseerde, onafhankelijke bureaus met expertise in milieutoxicologie en luchtkwaliteit die zo’n onderzoek in opdracht van de overheid kunnen uitvoeren.

Wie de opdracht ook geeft, het onderzoek moet onafhankelijk en transparant zijn om geloofwaardig te zijn voor zowel de bewoners als de rechtbank (mocht het leiden tot een civiele zaak tegen ICL).


Comments

Popular posts from this blog

Businesscase: Investering in Inclusieve Toegankelijkheid voor een Veerkrachtig Amsterdam en Duurzame Wmo-Besparingen CONCEPT

Malafide "zorginstanties" in Nederland

Concept Wetsvoorstel: Verplichte Sluiting Zorgorganisaties bij Structureel Onvoldoende Kwaliteit